noun
aanspraak, claim, eis, recht, verwachting
B1
Anspruch is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent „aanspraak”, „claim”, „recht” of „verwachting”. Meervoud: Ansprüche. Veelgebruikte combinatie: Anspruch auf + Akk. haben = recht hebben op. Genitief: des Anspruchs.
Voorbeelden
Sie haben Anspruch auf 30 Tage Urlaub.
U heeft recht op 30 dagen vakantie.
Sie erhob Anspruch auf Entschädigung.
Zij eiste een schadevergoeding.
Die Kundin stellte Anspruch auf Entschädigung, weil das Paket beschädigt ankam.
De klant diende een claim voor schadevergoeding in omdat het pakket beschadigd aankwam.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die een bord vasthoudt met ‘Ik wil mijn claim’ — op het bord staat ‘Anspruch’.
Klinkt een beetje als ‘answer’ + ‘shoop’ — stel je voor dat je op een claim antwoordt.
Der Anspruch — stel je een mannelijk figuur (der) voor die op zijn claim staat.
Opmerkingen
Wordt zowel in juridische contexten gebruikt (een formele claim) als in alledaagse taal (verwachtingen, eisen). Let op het meervoud: Ansprüche.