noun
zand
B1
Sand (m.) betekent ‘zand’. Het is meestal een stofnaam en dus doorgaans niet telbaar. Zeldzaam meervoud: Sande. Genitief enkelvoud: des Sandes. Veel gebruikt bij strand, bouw en materialen; een meervoud komt vooral in speciale contexten voor.
Voorbeelden
Der Sand am Strand ist sehr heiß.
Het zand op het strand is erg heet.
Die Kinder spielen im Sand am Strand.
De kinderen spelen in het zand op het strand.
Wegen des Sandes auf der Straße rutschte das Fahrrad, sodass der Fahrer stürzte.
Door het zand op de weg gleed de fiets uit, waardoor de berijder viel.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een klein hoopje goudkleurig zand voor dat door je vingers op het strand glijdt.
Klinkt precies als het Engelse «sand».
de — stel je een man (der) voor die een zak zand draagt.
Opmerkingen
Sand is in het Duits meestal een ongeteld/massanaamwoord (zeldzaam meervoud: Sande). In het dagelijks gebruik zeg je «Sand» zonder meervoudsvorm. | Alleen enkelvoudig (massa)naamwoord; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.