pronoun
het, dat
A1
’s is een informele verkorting van het onzijdige voornaamwoord es, dus ‘het/het is’. Je ziet het vooral in spreektaal, informele schrijftaal en dialecten: ’s regnet = es regnet. Niet geschikt voor formele teksten.
Voorbeelden
Wie geht's?
Hoe gaat het?
’s war offensichtlich, dass die Maschine repariert werden musste, bevor sie wieder eingesetzt wurde.
Het was duidelijk dat de machine gerepareerd moest worden voordat ze weer in gebruik werd genomen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je het kleine apostrofje voor als een mini-‘es’ dat in snelle spraak wordt opgeslokt: Wie geht’s? = Wie geht es?
Klinkt als de Engelse verkorting «’s» (zoals in «it’s»); in het Duits staat het voor gesproken «es» (it).
Opmerkingen
Informele/clitische vorm die «es» weergeeft in gesproken en informeel Duits (bijv. Wie geht's? = Wie geht es?). Wordt meestal niet gebruikt in formeel schrijven, behalve in directe weergave van spraak. Komt vaak vast aan werkwoorden of zinnen in alledaagse conversatie.