raus

adverb
naar buiten, buiten, eruit
A2

raus is een informele vorm van heraus/hinaus en betekent ‘naar buiten’, ‘eruit’ of ‘weg’. Het wordt vooral gebruikt met werkwoorden van beweging, zoals rausgehen en rauskommen. Heel gewoon in spreektaal en in bevelen: Raus!

Voorbeelden

Geh raus, das ist nicht dein Problem.
Ga weg, dat is niet jouw probleem.
Komm bitte raus!
Kom alsjeblieft naar buiten!
Die Kinder rannten raus, als die Pause begann.
De kinderen renden naar buiten toen de pauze begon.

Details

Typelocal

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je iemand voor die uit een deur stapt en ‘raus!’ roept
👂Klinkt als Engels ‘rows’ — stel je rijen voor die naar buiten worden geduwd

Opmerkingen

Informele verkorting van heraus/herausgehen; veelvoorkomend in gesproken Duits.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek