adverb
naar buiten, buiten, eruit
A2
raus is een informele vorm van heraus/hinaus en betekent ‘naar buiten’, ‘eruit’ of ‘weg’. Het wordt vooral gebruikt met werkwoorden van beweging, zoals rausgehen en rauskommen. Heel gewoon in spreektaal en in bevelen: Raus!
Voorbeelden
Geh raus, das ist nicht dein Problem.
Ga weg, dat is niet jouw probleem.
Komm bitte raus!
Kom alsjeblieft naar buiten!
Die Kinder rannten raus, als die Pause begann.
De kinderen renden naar buiten toen de pauze begon.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die uit een deur stapt en ‘raus!’ roept
Klinkt als Engels ‘rows’ — stel je rijen voor die naar buiten worden geduwd
Opmerkingen
Informele verkorting van heraus/herausgehen; veelvoorkomend in gesproken Duits.