Raum

noun
kamer, ruimte
A1

Raum (m.) betekent zowel ‘kamer’ als ‘ruimte’ of ‘plaats’. Mannelijk zelfstandig naamwoord: der Raum. Meervoud: Räume, met umlaut. Genitief enkelvoud: des Raumes. Veelgebruikte combinaties: im Raum, Raum für + accusatief. Zowel letterlijk als figuurlijk heel gebruikelijk.

Voorbeelden

Im Wohnzimmer ist viel Raum für Möbel.
In de woonkamer is veel ruimte voor meubels.
Dieser Raum ist sehr groß und hell.
Deze kamer is erg groot en licht.
Die Architektin plante den Raum so, dass später viele Menschen Platz fanden.
De architecte ontwierp de ruimte zo, dat er later veel mensen plaats konden vinden.

Details

MeervoudRäume

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Raumdie Räume
genitivedes Raumesder Räume
dativedem Raumden Räumen
accusativeden Raumdie Räume

Ezelsbruggetjes

👁️Visualiseer een lege kamer (Raum) met veel ruimte.
👂klinkt als «room» — stel je een ruime kamer voor.
⚧️der (mannelijk): stel je een mannelijke gastheer voor die «der Raum» voor gasten opent.

Opmerkingen

«Raum» is een veelzijdig zelfstandig naamwoord dat wordt gebruikt voor fysieke kamers en abstracte ruimte.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek