noun
praktijk, dokterspraktijk, artsenpraktijk
A1
Praxis is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent zowel „praktijk” als „dokterspraktijk/spreekkamer”. Meervoud: Praxen. Veelgebruikte uitdrukking: in der Praxis, „in de praktijk”. De betekenis hangt sterk van de context af.
Voorbeelden
Theorie und Praxis sind wichtig beim Lernen.
Theorie en praktijk zijn belangrijk bij het leren.
Der Arzt öffnete die Praxis früher, weil viele Patienten warteten und die Warteliste lang war.
De arts opende de praktijk eerder, omdat veel patiënten wachtten en de wachtlijst lang was.
Ich habe morgen einen Termin in der Praxis.
Ik heb morgen een afspraak in de praktijk.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een bord voor met ‘Praxis Dr. Müller’ buiten een kleine kliniek.
Klinkt als het Engelse ‘practice’.
die (vrouwelijk): stel je een vrouwelijke arts voor in ‘die Praxis’.
Opmerkingen
Kan praktische ervaring betekenen of een dokterspraktijk, afhankelijk van de context.