Praxis

noun
praktijk, dokterspraktijk, artsenpraktijk
A1

Praxis is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent zowel „praktijk” als „dokterspraktijk/spreekkamer”. Meervoud: Praxen. Veelgebruikte uitdrukking: in der Praxis, „in de praktijk”. De betekenis hangt sterk van de context af.

Voorbeelden

Theorie und Praxis sind wichtig beim Lernen.
Theorie en praktijk zijn belangrijk bij het leren.
Der Arzt öffnete die Praxis früher, weil viele Patienten warteten und die Warteliste lang war.
De arts opende de praktijk eerder, omdat veel patiënten wachtten en de wachtlijst lang was.
Ich habe morgen einen Termin in der Praxis.
Ik heb morgen een afspraak in de praktijk.

Details

MeervoudPraxen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Praxisdie Praxen
genitiveder Praxisder Praxen
dativeder Praxisden Praxen
accusativedie Praxisdie Praxen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een bord voor met ‘Praxis Dr. Müller’ buiten een kleine kliniek.
👂Klinkt als het Engelse ‘practice’.
⚧️die (vrouwelijk): stel je een vrouwelijke arts voor in ‘die Praxis’.

Opmerkingen

Kan praktische ervaring betekenen of een dokterspraktijk, afhankelijk van de context.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek