noun
politicus, politica
B1
Politiker betekent ‘politicus’. Het gaat om iemand die beroepsmatig of actief met politiek bezig is, gekozen of niet. Mannelijk zelfstandig naamwoord: der Politiker, meervoud Politiker (onveranderd). Gewone verbuiging; genitief enkelvoud vaak des Politikers, datief meervoud den Politikern.
Voorbeelden
Der Politiker hielt eine Rede vor dem Parlament.
De politicus hield een toespraak voor het parlement.
Ein Politiker muss gute Reden halten.
Een politicus moet goede toespraken houden.
Die Stiftung kritisierte mehrere Politiker, weil ihnen Verbindungen zur Lobby nachgewiesen worden waren.
De stichting bekritiseerde verschillende politici, omdat hun banden met de lobby waren aangetoond.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een persoon voor achter een spreekgestoelte die een toespraak houdt — dat is een Politiker.
Klinkt als het Engelse „politician”, maar korter.
der (mannelijk) — veel persoonsaanduidingen voor mannen krijgen „der” (der Politiker).
Opmerkingen
Het meervoud „Politiker” is in veel contexten identiek aan de enkelvoudsvorm; gebruik lidwoorden om het onderscheid duidelijk te maken.