Platz

noun
plaats, plein, zitplaats
A1

Platz betekent ‘plaats’, ‘plek’, ‘plein’ of ‘zitplaats’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Platz. Meervoud: die Plätze. Genitief: des Platzes. Veelgebruikte uitdrukkingen: Platz haben, Platz nehmen, kein Platz.

Voorbeelden

Bitte nimm deinen Platz ein.
Neem alstublieft plaats.
Ist dieser Platz noch frei?
Is deze plaats nog vrij?
Die Kinder spielten auf dem Platz, obwohl der Himmel bedrohlich war und die Eltern Bescheid sagten.
De kinderen speelden op het plein, hoewel de lucht dreigend was en de ouders hen waarschuwden.

Details

Meervouddie Plätze

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Platzdie Plätze
genitivedes Platzesder Plätze
dativedem Platzden Plätzen
accusativeden Platzdie Plätze

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een stadsplein (Platz) voor met mensen die zitten
👂platz ~ ‘place’ (beide beginnen met P)
⚧️der -> stel je een mannelijk standbeeld op het plein voor (mannelijk)

Opmerkingen

Platz heeft meerdere betekenissen (plein, ruimte, zitplaats). De context bepaalt de vertaling.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek