noun
politie
A1
Polizei betekent ‘politie’ als instelling, of minder vaak ‘politiebureau’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Polizei, meestal gebruikt als collectief enkelvoud. Een meervoud Polizeien bestaat, maar is zeldzaam en verwijst naar verschillende korpsen. Verbuiging is regelmatig.
Voorbeelden
Er arbeitet in der örtlichen Polizei.
Hij werkt bij de lokale politie.
Der Zeuge rief die Polizei, weil ein Wagen gegen einen Baum fuhr und Menschen verletzt wurden.
De getuige belde de politie omdat een auto tegen een boom reed en mensen gewond raakten.
Die Polizei hat den Unfall aufgenommen.
De politie heeft het ongeval opgenomen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een politieauto voor met ‘Polizei’ op de zijkant.
Polizei lijkt een beetje op ‘police’ — dezelfde betekenis.
die (vrouwelijk): stel je een vrouwelijke agent voor die ‘die Polizei’ vertegenwoordigt.
Opmerkingen
Wordt in het dagelijks taalgebruik meestal als verzamelnaam zonder meervoud gebruikt; «Polizeien» bestaat voor meerdere politiekorpsen.