Passagier

noun
passagier
B1

Passagier is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘passagier’. Meervoud: Passagiere. Verbuiging: der Passagier, des Passagiers, dem Passagier, die Passagiere. Het woord gebruik je voor iemand die reist met trein, vliegtuig, bus of schip.

Voorbeelden

Der Passagier stieg in den Zug.
De passagier stapte in de trein.
Der Passagier wartete am Gate auf seinen Flug.
De passagier wachtte bij de gate op zijn vlucht.
Der Kapitän informierte jeden Passagier, als das Schiff im Hafen einlief, weil die Sicherheitsvorschriften streng waren.
De kapitein informeerde elke passagier toen het schip de haven binnenvoer, omdat de veiligheidsvoorschriften streng waren.

Details

MeervoudPassagiere

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Passagierdie Passagiere
genitivedes Passagiersder Passagiere
dativedem Passagierden Passagiere n
accusativeden Passagierdie Passagiere

Ezelsbruggetjes

👁️Imaginez un homme étiqueté « DER » montant dans un bus avec une grande étiquette de bagage
👂ressemble à l’anglais « passenger », même sens
⚧️masculin : pensez à un passager masculin portant un badge « der »

Opmerkingen

Algemene neutrale term voor iemand die reist; meervoud: «Passagiere». In aankondigingen hoor je vaak «Passagiere» voor groepen.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek