noun
passagier
B1
Passagier is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘passagier’. Meervoud: Passagiere. Verbuiging: der Passagier, des Passagiers, dem Passagier, die Passagiere. Het woord gebruik je voor iemand die reist met trein, vliegtuig, bus of schip.
Voorbeelden
Der Passagier stieg in den Zug.
De passagier stapte in de trein.
Der Passagier wartete am Gate auf seinen Flug.
De passagier wachtte bij de gate op zijn vlucht.
Der Kapitän informierte jeden Passagier, als das Schiff im Hafen einlief, weil die Sicherheitsvorschriften streng waren.
De kapitein informeerde elke passagier toen het schip de haven binnenvoer, omdat de veiligheidsvoorschriften streng waren.
Details
Ezelsbruggetjes
Imaginez un homme étiqueté « DER » montant dans un bus avec une grande étiquette de bagage
ressemble à l’anglais « passenger », même sens
masculin : pensez à un passager masculin portant un badge « der »
Opmerkingen
Algemene neutrale term voor iemand die reist; meervoud: «Passagiere». In aankondigingen hoor je vaak «Passagiere» voor groepen.