Dank

noun
dank, dankbaarheid
A1

Dank is een mannelijk zelfstandig naamwoord met de betekenis „dank”, „dankbaarheid” of „erkentelijkheid”. Het wordt meestal enkelvoudig en niet-telbaar gebruikt: der Dank, genitief des Dankes. Veelvoorkomende combinaties zijn jemandem Dank sagen, aus Dank en zum Dank.

Voorbeelden

Dank der schnellen Hilfe des Nachbarn konnte das Feuer gelöscht werden, bevor es größeren Schaden anrichtete.
Dankzij de snelle hulp van de buurman kon de brand worden geblust voordat hij grotere schade aanrichtte.
Seine Dankbarkeit zeigte sich im Dank.
Zijn dankbaarheid kwam tot uiting in dank.
Vielen Dank für Ihre Hilfe.
Hartelijk dank voor uw hulp.

Details

MeervoudDanks (selten)

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Dankdie Danks (selten)
genitivedes Dankesder Danks (selten)
dativedem Dankden Danks (selten)
accusativeden Dankdie Danks (selten)

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je voor dat iemand buigt en «Dank» zegt als uiting van dankbaarheid.
👂Denk aan «thanks» — «Dank» lijkt op «thank» zonder de «h».
⚧️Onthoud «der Dank» — zie «der Dank» als een mannelijk concept, zoals «der Respekt».

Opmerkingen

Vaak gebruikt in vaste uitdrukkingen (zum Dank, Dankbarkeit). «Dank» is meestal niet-telbaar, maar kan in sommige contexten in het meervoud voorkomen. Meervoudsvormen (bijv. «Danks») zijn zeldzaam en stilistisch.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek