Park

noun
park
A2

Park betekent „park”: een openbare groene ruimte om te wandelen, rusten of spelen. Mannelijk: der Park, meervoud die Parks. Verbuiging: des Parks, dem Park. Het meervoud krijgt regelmatig -s. Veelgebruikt in de stad: im Park.

Voorbeelden

Die Jugendlichen trafen sich im Park, obwohl es abends sehr kalt war.
De jongeren ontmoetten elkaar in het park, hoewel het ’s avonds erg koud was.
Wir gehen heute Nachmittag in den Park.
We gaan vanmiddag naar het park.
Wir gehen in den Park.
We gaan naar het park.

Details

Meervouddie Parks

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Parkdie Parks
genitivedes Parksder Parks
dativedem Parkden Parks
accusativeden Parkdie Parks

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een groen park voor met bomen en bankjes
👂Net als het Engelse «park»
⚧️der (de-woord) — denk aan «der Park» zoals «der Garten»

Opmerkingen

Veelvoorkomend woord voor een openbare ruimte.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek