noun
centrum, midden
A2
Zentrum is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent ‘centrum’, ‘midden’ of ‘stadscentrum’. Meervoud: Zentren. Het woord wordt regelmatig verbogen: des Zentrums in de genitief, dem Zentrum in de datief. Komt vaak voor in samenstellingen zoals Stadtzentrum en Forschungszentrum.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Es gibt ein neues Zentrum mit …
Er is een nieuw centrum met…
Das Einkaufszentrum liegt im Zentrum der Stadt.
Het winkelcentrum ligt in het stadscentrum.
Der Tramfahrer fuhr ins Zentrum, nachdem viele Touristen eingestiegen waren.
De tramchauffeur reed naar het centrum nadat veel toeristen waren ingestapt.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een stadskaart voor met een rode stip die het ‘Zentrum’ markeert.
zoals Engels ‘center’ — Zentrum.
das Zentrum — onzijdig; denk aan ‘das’ bij plaatsen/gebieden.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Onzijdig zelfstandig naamwoord. Meervoud vaak: Zentren.