noun
papier, document
A1
Papier is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent ‘papier’ of ‘document’. In het enkelvoud is het meestal een stofnaam en dus niet telbaar; het meervoud die Papiere verwijst naar losse vellen of documenten. Regelmatige verbuiging: des Papiers, dem Papier.
Voorbeelden
Ich habe das Dokument als wichtiges Papier abgelegt.
Ik heb het document als belangrijk papier opgeborgen.
Der Lehrer meinte, dass die Schüler das Papier für die Prüfung mitbringen sollten, weil sonst die Aufgaben nicht gelöst werden konnten.
De leraar zei dat de leerlingen het papier voor het examen moesten meebrengen, omdat anders de opdrachten niet konden worden opgelost.
Bitte gib mir ein Blatt Papier.
Geef me alsjeblieft een vel papier.
Details
Ezelsbruggetjes
stel je een vel papier voor met tekst erop
klinkt als het Engelse ‘paper’
das -> stel je een neutrale klembord voor dat het papier vasthoudt (onzijdig)
Opmerkingen
Papier kan een niet-telbaar massanomen zijn (papier) of telbaar wanneer het om specifieke documenten gaat (Papiere).