packen

verb
pakken, inpakken, grijpen
A2

packen betekent vooral „inpakken”, „pakken” of „in een tas/koffer stoppen”. In spreektaal kan het ook „grijpen” of „snel vastpakken” betekenen. Het is een regelmatig zwak werkwoord, niet wederkerig en niet scheidbaar. Perfekt: hat gepackt.

Voorbeelden

Ich habe meine Sachen gepackt.
Ik heb mijn spullen ingepakt.
Die Mutter packte die Koffer, bevor die Familie am Morgen zum Bahnhof fuhr.
De moeder pakte de koffers in voordat het gezin 's ochtends naar het station reed.
Wir müssen unsere Koffer packen.
We moeten onze koffers pakken.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es packt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es packte
Perfekter/sie/es hat gepackt

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je voor dat je een koffer inpakt met het woord 'pack' erop gestempeld
👂Klinkt als Engels 'pack' — dezelfde betekenis

Opmerkingen

‘packen’ betekent meestal bagage of dozen inpakken; figuurlijk kan het ook betekenen grijpen/aanpakken (eine Chance packen). Regelmatig zwak werkwoord.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichpacke
dupackst
er/sie/espackt
wirpacken
ihrpackt
sie/Siepacken
ichwerde gepackt
duwirst gepackt
er/sie/eswird gepackt
wirwerden gepackt
ihrwerdet gepackt
sie/Siewerden gepackt
ichpacke
dupackest
er/sie/espacke
wirpacken
ihrpacket
sie/Siepacken
ichwerde gepackt
duwerdest gepackt
er/sie/eswerde gepackt
wirwerden gepackt
ihrwerdet gepackt
sie/Siewerden gepackt
ichpackte
dupacktest
er/sie/espackte
wirpackten
ihrpacktet
sie/Siepackten
ichwürde gepackt
duwürdest gepackt
er/sie/eswürde gepackt
wirwürden gepackt
ihrwürdet gepackt
sie/Siewürden gepackt
duPack!
ihrPackt!
SiePacken!