verb
pakken, inpakken, grijpen
A2
packen betekent vooral „inpakken”, „pakken” of „in een tas/koffer stoppen”. In spreektaal kan het ook „grijpen” of „snel vastpakken” betekenen. Het is een regelmatig zwak werkwoord, niet wederkerig en niet scheidbaar. Perfekt: hat gepackt.
Voorbeelden
Ich habe meine Sachen gepackt.
Ik heb mijn spullen ingepakt.
Die Mutter packte die Koffer, bevor die Familie am Morgen zum Bahnhof fuhr.
De moeder pakte de koffers in voordat het gezin 's ochtends naar het station reed.
Wir müssen unsere Koffer packen.
We moeten onze koffers pakken.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je een koffer inpakt met het woord 'pack' erop gestempeld
Klinkt als Engels 'pack' — dezelfde betekenis
Opmerkingen
‘packen’ betekent meestal bagage of dozen inpakken; figuurlijk kan het ook betekenen grijpen/aanpakken (eine Chance packen). Regelmatig zwak werkwoord.