noun
postzegel, zegel
A1
Briefmarke betekent postzegel. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Briefmarke, meervoud Briefmarken. Gewone verbuiging. Je gebruikt het voor het frankeren van brieven en ansichtkaarten. Een heel concreet en veelgebruikt woord uit de postwereld.
Voorbeelden
Auf den Brief klebe ich eine Briefmarke.
Ik plak een postzegel op de brief.
Für diesen Brief brauchst du eine Briefmarke.
Voor deze brief heb je een postzegel nodig.
Hast du eine Briefmarke für die Postkarte?
Heb je een postzegel voor de ansichtkaart?
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een kleine zegel voor die op een envelop is geplakt
Die Briefmarke — denk aan ‘de markering op de brief’ om het vrouwelijke ‘die’ te onthouden.
Opmerkingen
Altijd gebruikt voor postfrankering; het meervoud is onregelmatig (Briefmarken).