Briefmarke

noun
postzegel, zegel
A1

Briefmarke betekent postzegel. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Briefmarke, meervoud Briefmarken. Gewone verbuiging. Je gebruikt het voor het frankeren van brieven en ansichtkaarten. Een heel concreet en veelgebruikt woord uit de postwereld.

Voorbeelden

Auf den Brief klebe ich eine Briefmarke.
Ik plak een postzegel op de brief.
Für diesen Brief brauchst du eine Briefmarke.
Voor deze brief heb je een postzegel nodig.
Hast du eine Briefmarke für die Postkarte?
Heb je een postzegel voor de ansichtkaart?

Details

MeervoudBriefmarken

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Briefmarkedie Briefmarken
genitiveder Briefmarkeder Briefmarken
dativeder Briefmarkeden Briefmarken
accusativedie Briefmarkedie Briefmarken

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een kleine zegel voor die op een envelop is geplakt
⚧️Die Briefmarke — denk aan ‘de markering op de brief’ om het vrouwelijke ‘die’ te onthouden.

Opmerkingen

Altijd gebruikt voor postfrankering; het meervoud is onregelmatig (Briefmarken).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek