adjective
openbaar, publiek
B1
öffentlich is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘publiek’, ‘voor iedereen toegankelijk’. Het is trapbaar: öffentlicher, am öffentlichsten. Tegenstellingen zijn privat en geheim. Je gebruikt het attributief en predicatief, zonder vaste prepositie. Veelvoorkomend in combinaties als öffentliche Verkehrsmittel en öffentliches Interesse.
Voorbeelden
Der Bericht blieb nicht öffentlich, weil die Behörde ihn geheim hielt.
Het rapport bleef niet openbaar, omdat de instantie het geheim hield.
Die Diskussion fand in einem öffentlichen Raum statt.
De discussie vond plaats in een openbare ruimte.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een druk stadsplein of een bibliotheek voor met een bordje „öffentlich” dat betekent: open voor het publiek.
Klinkt een beetje als het Engelse „open” (offen) — denk aan iets dat voor iedereen toegankelijk is: openbaar.
Opmerkingen
Vaak gebruikt om dingen te beschrijven die voor iedereen toegankelijk zijn (öffentliche Verkehrsmittel, öffentliche Plätze).