adjective
sportief, atletisch
A2
sportlich is een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘sportief’ of ‘atletisch’. Het is trapbaar: sportlicher, am sportlichsten. Gebruik voor personen, kleding of stijl: ein sportlicher Mensch, sportlich aussehen. Tegenovergestelde: unsportlich.
Voorbeelden
Sie ist sehr sportlich und geht jeden Morgen joggen.
Ze is erg sportief en gaat elke ochtend joggen.
Ein sportlicher Lebensstil hält gesund.
Een sportieve levensstijl houdt gezond.
Da die Schüler sehr sportlich waren, siegten sie im Wettkampf, was die Lehrer überraschte.
Omdat de leerlingen erg sportief waren, wonnen ze de wedstrijd, wat de leraren verraste.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor in sportkleding die er fit uitziet.
Opmerkingen
Kan een persoon of stijl beschrijven; wordt zowel attributief als predicatief gebruikt.