noun
openbaarheid, publieke sfeer, publiek
B1
Öffentlichkeit (v.) betekent ‘het publiek’, ‘de publieke sfeer’ of ‘de publieke opinie’. Het meervoud Öffentlichkeiten bestaat, maar is zeldzaam; meestal gebruik je het enkelvoud. Veelgebruikte combinatie: in der Öffentlichkeit. Vaak in media, politiek en maatschappelijke discussies.
Voorbeelden
Die Öffentlichkeit sollte über die Entscheidung informiert werden.
Het publiek moet over de beslissing worden geïnformeerd.
Der Politiker äußerte sich nicht in der Öffentlichkeit zur Angelegenheit.
De politicus heeft zich niet publiekelijk over de zaak uitgelaten.
Das Institut stellte die Ergebnisse der Öffentlichkeit vor, obwohl einige Daten noch unklar waren.
Het instituut presenteerde de resultaten aan het publiek, hoewel sommige gegevens nog onduidelijk waren.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een menigte mensen voor die het publiek vertegenwoordigen; dat geheel is de «Öffentlichkeit».
Zoals het Engelse «publicity» — denk aan het grote publiek of publieke aandacht.
Vrouwelijk woord: onthoud «die Öffentlichkeit» — stel je ‘het publiek’ voor als een groep met het label «die».
Opmerkingen
«Öffentlichkeit» verwijst naar het grote publiek of de publieke sfeer; verschilt van «öffentlich» (bijvoeglijk naamwoord).