adjective
gesloten, dicht
A1
geschlossen betekent ‘gesloten’ of ‘dicht’. Het is het voltooid deelwoord van schließen (präteritum: schloss; perfekt: hat geschlossen). Als bijvoeglijk naamwoord beschrijft het iets dat niet open is en het is niet gradabel. Tegenstellingen: offen, geöffnet. Vaak met sein: Die Tür ist geschlossen.
Voorbeelden
Die Tür blieb geschlossen, als die Kunden ankamen.
De deur bleef gesloten toen de klanten aankwamen.
Das Geschäft hat heute schon geschlossen.
De winkel is vandaag al gesloten.
Die Tür ist geschlossen.
De deur is gesloten.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een winkeldeur voor met een groot rood bord «geschlossen».
klinkt als «closed» met een Duitse uitgang.
niet van toepassing
Opmerkingen
Gebruikt als bijvoeglijk naamwoord afgeleid van het werkwoord schließen. Vaak op borden te zien (bijv. «Geschlossen»).