privat

adjective
privé, persoonlijk
A2

privat is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘privé’, ‘persoonlijk’ of ‘niet openbaar’. Tegenovergesteld: öffentlich. Het is gradabel: privater, am privatesten. Je gebruikt het attributief en predicatief: private Angelegenheit, das ist privat. Veel voorkomend in alledaagse taal en in juridische context.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Da die Angelegenheit privat war, führte der Vorstand das Gespräch in einem kleinen Kreis, damit keine Informationen nach außen drangen.
Omdat de kwestie privé was, voerde de raad van bestuur het gesprek in kleine kring, zodat er geen informatie naar buiten zou lekken.
Er hat mir privat sehr persönliche Informationen gegeben.
Hij gaf mij privé zeer persoonlijke informatie.
Das ist ein privates Gespräch.
Dat is een privégesprek.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.GRADABLEVOCABULARY.DETAILS.YES
VOCABULARY.DETAILS.COMPARATIVEprivater
VOCABULARY.DETAILS.SUPERLATIVEam privatesten
VOCABULARY.DETAILS.PARTICIPLEVOCABULARY.DETAILS.NO

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een gesloten deur voor met een groot bord ‘PRIVATE’; daarachter liggen persoonlijke spullen.
👂Klinkt als het Engelse woord ‘private’.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

« Privat » wordt zowel attributief als predicatief gebruikt en kan ook bijwoordelijk functioneren (bijv. «privat sprechen»). Het komt overeen met Engels «private» of «personal», afhankelijk van de context. Niet verwarren met het zelfstandig naamwoord «das Private» (de privé-/persoonlijke sfeer).

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS