nehmen

verb
nemen, pakken, aannemen
A1

nehmen is een sterk, onregelmatig werkwoord met de betekenis “nemen, pakken, aannemen”. Perfect met haben: hat genommen. Klinkerwisseling e→i: du nimmst, er nimmt; verleden tijd nahm. Niet-scheidbaar en niet-reflexief. Imperatief: nimm!, nehmt!, nehmen Sie!

Voorbeelden

Er nahm den Bus.
Hij nam de bus.
Ich habe ein Taxi genommen.
Ik heb een taxi genomen.
Sie hat die Tabletten nicht genommen.
Ze heeft de pillen niet ingenomen.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
StamveranderingenStem vowel change e -> i in du/er forms (du nimmst, er nimmt); past nahm.

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es nimmt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es nahm
Perfekter/sie/es hat genommen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je iemand voor die een voorwerp pakt met een hand waarop 'nehmen' staat.
👂Klinkt als het Engelse 'name' maar met 'neh' — denk aan 'nemen'.

Opmerkingen

Sterk onregelmatig werkwoord met klinkerverandering in de stam (e -> i) in sommige tegenwoordige vormen (du nimmst). Voltooid deelwoord: 'genommen'.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichnehme
dunimmst
er/sie/esnimmt
wirnehmen
ihrnehmt
sie/Sienehmen
ichwerde genommen
duwirst genommen
er/sie/eswird genommen
wirwerden genommen
ihrwerdet genommen
sie/Siewerden genommen
ichnehme
dunehmest
er/sie/esnehme
wirnehmen
ihrnehmet
sie/Sienehmen
ichwerde genommen
duwerdest genommen
er/sie/eswerde genommen
wirwerden genommen
ihrwerdet genommen
sie/Siewerden genommen
ichnähme
dunähmest
er/sie/esnähme
wirnähmen
ihrnähmet
sie/Sienähmen
ichwürde genommen
duwürdest genommen
er/sie/eswürde genommen
wirwürden genommen
ihrwürdet genommen
sie/Siewürden genommen
dunimm!
ihrnehmt!
Sienehmen Sie!