Mal

noun
keer, gelegenheid
B1

Mal is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent ‘keer’, ‘gelegenheid’ of ‘moment’. Lidwoord: das Mal, meervoud die Male. Heel vaak in uitdrukkingen zoals zum ersten Mal. Genitief enkelvoud: des Mals; datief meervoud: den Malen.

Voorbeelden

Als das letzte Mal starker Regen fiel, blieben die Züge stehen, weshalb die Reisenden lange warten mussten.
De laatste keer dat het hevig regende, stopten de treinen, waardoor de reizigers lang moesten wachten.
Bei diesem Mal war alles viel einfacher.
Deze keer was alles veel eenvoudiger.
Dieses Mal werde ich es besser machen.
Deze keer zal ik het beter doen.

Details

MeervoudMale

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Maldie Male
genitivedes Malsder Male
dativedem Malden Malen
accusativedas Maldie Male

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een turfstreepje voor voor elk „Mal” (één streepje per keer).
👂Klinkt als Engels „mall”, maar denk aan „mal” = één gebeurtenis.
⚧️Onthoud „das Mal” — zie „Mal” als een neutrale eenheid of gebeurtenis.

Opmerkingen

„Mal” wordt in gesproken Duits heel vaak gebruikt om keren of gelegenheden aan te geven (bijv. „einmal”, „noch mal”).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek