Ernte

noun
oogst, oogsttijd, opbrengst
B1

Ernte (v.) betekent ‘oogst’ of ‘opbrengst’: zowel het oogsten zelf als het resultaat ervan. Meervoud: Ernten. Een vrouwelijk zelfstandig naamwoord met regelmatige verbuiging, vooral gebruikt in landbouwcontext.

Voorbeelden

Der Bauer bemerkte, dass die Ernte in diesem Jahr kleiner war, weil es nur wenig Regen gab.
De boer merkte dat de oogst dit jaar kleiner was, omdat er maar weinig regen viel.
Die Ernte war in diesem Jahr sehr ertragreich.
De oogst was dit jaar zeer overvloedig.
Die Ernte war dieses Jahr besonders groß.
De oogst was dit jaar bijzonder groot.

Details

MeervoudErnten

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Erntedie Ernten
genitiveder Ernteder Ernten
dativeder Ernteden Ernten
accusativedie Erntedie Ernten

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je boeren voor die gouden tarwe in bundels verzamelen tijdens de oogst.
👂Klinkt als ‘earn-tuh’ — je ‘verdient’ de oogst.
⚧️Die Ernte — denk aan ‘die’ als een mand vol gewassen (vrouwelijk).

Opmerkingen

Ernte wordt vaak gebruikt voor de landbouwoogst (graan, fruit). Het kan een telbaar zelfstandig naamwoord zijn (Ernten), maar wordt in alledaagse taal vaak als een niet-telbaar/massa-begrip gebruikt.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek