noun
oogst, oogsttijd, opbrengst
B1
Ernte (v.) betekent ‘oogst’ of ‘opbrengst’: zowel het oogsten zelf als het resultaat ervan. Meervoud: Ernten. Een vrouwelijk zelfstandig naamwoord met regelmatige verbuiging, vooral gebruikt in landbouwcontext.
Voorbeelden
Der Bauer bemerkte, dass die Ernte in diesem Jahr kleiner war, weil es nur wenig Regen gab.
De boer merkte dat de oogst dit jaar kleiner was, omdat er maar weinig regen viel.
Die Ernte war in diesem Jahr sehr ertragreich.
De oogst was dit jaar zeer overvloedig.
Die Ernte war dieses Jahr besonders groß.
De oogst was dit jaar bijzonder groot.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je boeren voor die gouden tarwe in bundels verzamelen tijdens de oogst.
Klinkt als ‘earn-tuh’ — je ‘verdient’ de oogst.
Die Ernte — denk aan ‘die’ als een mand vol gewassen (vrouwelijk).
Opmerkingen
Ernte wordt vaak gebruikt voor de landbouwoogst (graan, fruit). Het kan een telbaar zelfstandig naamwoord zijn (Ernten), maar wordt in alledaagse taal vaak als een niet-telbaar/massa-begrip gebruikt.