noun
encyclopedie, lexicon
B1
Lexikon (das) betekent een naslagwerk: ‘encyclopedie’, ‘woordenboek’ of ‘lexicon’, afhankelijk van de context. Onzijdig zelfstandig naamwoord, meervoud Lexika; soms ook Lexikons. Verbuiging regelmatig: des Lexikons. Gebruikt voor referentiewerken en woordenlijsten.
Voorbeelden
Ich habe ein Lexikon.
Ik heb een encyclopedie.
Die Studentin benutzte ein Lexikon, weil sie die Bedeutung des Wortes nicht mehr kannte.
De studente gebruikte een woordenboek omdat ze de betekenis van het woord niet meer kende.
Ich habe im Lexikon nach dem Begriff nachgelesen.
Ik heb de term in de encyclopedie opgezocht.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een groot boek voor met het woord «LEXIKON» op de rug, vol met lemma’s.
Klinkt als het Engelse «lexicon» (een boek met woorden/kennis).
Das Lexikon — denk aan een neutraal ‘ding’ (das), zoals een voorwerp op tafel.
Opmerkingen
Lexikon verwijst meestal naar een naslagwerk (een encyclopedie); het is een onzijdig zelfstandig naamwoord. Meervoudsvormen kunnen zijn: «Lexika» of, minder vaak, «Lexikons».