verb
leiden, besturen, aansturen
B1
leiten betekent ‘leiden’, ‘besturen’ of ‘aansturen’. Het is een regelmatig zwak werkwoord, niet scheidbaar en niet wederkerig. Voltooid deelwoord: geleitet; hulpwerkwoord: haben. Veel gebruikt voor mensen, vergaderingen, processen en instellingen.
Voorbeelden
Sie leiten die Verhandlungen sehr geschickt.
Ze voeren de onderhandelingen zeer vaardig.
Ich habe das Team geleitet.
Ik heb het team geleid.
Ich werde das Team leiten.
Ik zal het team leiden.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die een touw vasthoudt en een groep vooruit leidt.
Klinkt een beetje als het Engelse «lighten», maar betekent eigenlijk «leiden» of «beheren» — stel je een leider voor die mensen naar het licht begeleidt.
Opmerkingen
Een regelmatig (zwak) werkwoord dat leiden, beheren of sturen betekent. Wordt transitief gebruikt met een object (eine Sitzung leiten).