adjective
licht, gemakkelijk
A1
leicht betekent „licht” of „makkelijk/eenvoudig”. Het is trapbaar: leichter, am leichtesten. Je gebruikt het voor gewicht, moeilijkheid of lage intensiteit: eine leichte Tasche, eine leichte Aufgabe. Gewoon bijvoeglijk naamwoord, ook figuurlijk veel gebruikt.
Voorbeelden
Die Prüfung war leicht, obwohl die Bedingungen schwieriger wurden.
Het examen was gemakkelijk, hoewel de omstandigheden moeilijker werden.
Die Aufgabe war leicht.
De taak was gemakkelijk.
Der Koffer ist sehr leicht.
De koffer is erg licht.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je een veertje vasthoudt (licht) of een makkelijke puzzel oplost.
Denk aan het Engelse ‘light’ voor ‘niet zwaar’ en ‘light’ als ‘makkelijk’.
Opmerkingen
Het bijvoeglijk naamwoord kan gewicht of moeilijkheid betekenen. Vergrotende trap ‘leichter’, overtreffende trap ‘am leichtesten’.