adjective
langzaam
A1
langsam betekent ‘langzaam’ en ook ‘langzaam’. Het is zowel een bijvoeglijk naamwoord als een bijwoord en kan worden vergeleken: langsamer, am langsamsten. Veelgebruikt in alledaagse taal.
Voorbeelden
Der Zug fährt langsam.
De trein rijdt langzaam.
Das Auto fuhr langsam, als die Straße vereist war.
De auto reed langzaam toen de weg bevroren was.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een luiaard voor die langzaam over een tak beweegt.
Denk aan ‘lang-slow’ — een lang tempo = langzaam.
Opmerkingen
Wordt zowel attributief als predicatief gebruikt. Vergrotende trap: «langsamer», overtreffende trap: «am langsamsten».