verb
landen, neerkomen
B1
landen betekent vooral „landen” bij een vliegtuig, en informeel ook „aankomen” of „terechtkomen”. Het is een zwak, onovergankelijk werkwoord dat in de voltooide tijden sein gebruikt: ist gelandet. Niet wederkerig en niet scheidbaar; vaak met een plaatsaanduiding.
Voorbeelden
Das Schiff landete im Hafen.
Het schip landde in de haven.
Das Flugzeug wird in zehn Minuten landen.
Het vliegtuig zal over tien minuten landen.
Das Flugzeug landet.
Het vliegtuig landt.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een vliegtuig voor dat de landingsbaan raakt en met de wielen de grond raakt: dat is „landen”.
Klinkt als het Engelse „land” — denk aan neerstrijken op land.
Opmerkingen
Het werkwoord „landen” is meestal onovergankelijk voor vliegtuigen en andere voertuigen en vormt vaak de voltooide tijd met het hulpwerkwoord „sein” (ist gelandet). In speciale contexten kan het ook overgankelijk worden gebruikt (jemanden irgendwo landen lassen is informeel). Persoonlijke passiefvormen zijn ongebruikelijk voor de gewone onovergankelijke betekenis; passiefgebruik is zeldzaam/informeel en komt meestal alleen voor in overgankelijke contexten. | Onovergankelijk werkwoord (typisch gebruik); persoonlijke passiefvormen zijn doorgaans niet van toepassing, omdat het werkwoord in zijn gewone betekenissen onovergankelijk is.