Landwirtschaft

noun
landbouw
B1

Vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor ‘landbouw’ of de agrarische sector: teelt, veeteelt en alles wat daarbij hoort. Meestal als verzamelnaam in het enkelvoud: die Landwirtschaft. Meervoud Landwirtschaften voor afzonderlijke systemen of bedrijven.

Voorbeelden

Da in der Landwirtschaft viele Arbeitskräfte fehlten, investierte der Betrieb in neue Maschinen, damit die Ernte rechtzeitig eingefahren werden konnte.
Omdat er in de landbouw veel arbeidskrachten ontbraken, investeerde het bedrijf in nieuwe machines zodat de oogst op tijd kon worden binnengehaald.
Die Landwirtschaft ist ein wichtiger Wirtschaftszweig in dieser Region.
De landbouw is een belangrijke economische sector in deze regio.
Die Landwirtschaft ist wichtig für die Ernährungssicherheit.
Landbouw is belangrijk voor de voedselzekerheid.

Details

MeervoudLandwirtschaften

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Landwirtschaftdie Landwirtschaften
genitiveder Landwirtschaftder Landwirtschaften
dativeder Landwirtschaftden Landwirtschaften
accusativedie Landwirtschaftdie Landwirtschaften

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je velden en tractoren voor met een bord ‘Landwirtschaft’.
👂Land + wirtschaft = land + ‘economie’ — denk aan ‘landeconomie’ = landbouw
⚧️Die Landwirtschaft — vrouwelijk: onthoud ‘die’ voor grote sectoren zoals ‘die Industrie’, ‘die Landwirtschaft’

Opmerkingen

Wordt vaak gebruikt als een niet-telbaar zelfstandig naamwoord voor de agrarische sector; meervoudsvormen bestaan, maar komen minder vaak voor.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek