Lampe

noun
lamp, licht
A2

Lampe (v.) betekent ‘lamp’: een toestel dat licht geeft. Meervoud: Lampen. Regelmatige verbuiging: die Lampe, die Lampen. Niet verwarren met Licht, dat ‘licht’ als verschijnsel betekent. Veel gebruikt voor tafel-, bed- of plafondlampen.

Voorbeelden

Der Techniker reparierte die Lampe, obwohl sie beschädigt war.
De technicus repareerde de lamp, hoewel die beschadigd was.
Schalte die Lampe aus, bitte.
Doe de lamp uit, alsjeblieft.
Die Lampe ist kaputt.
De lamp is kapot.

Details

MeervoudLampen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Lampedie Lampen
genitiveder Lampeder Lampen
dativeder Lampeden Lampen
accusativedie Lampedie Lampen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een bedlampje voor met het label «Lampe» dat zacht gloeit.
⚧️die — denk aan «die Lampe» (vrouwelijk): stel je een roze lamp voor.

Opmerkingen

Vrouwelijk zelfstandig naamwoord; meervoud «Lampen». Heel gebruikelijk huishoudelijk woord.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek