noun
lamp, licht
A2
Lampe (v.) betekent ‘lamp’: een toestel dat licht geeft. Meervoud: Lampen. Regelmatige verbuiging: die Lampe, die Lampen. Niet verwarren met Licht, dat ‘licht’ als verschijnsel betekent. Veel gebruikt voor tafel-, bed- of plafondlampen.
Voorbeelden
Der Techniker reparierte die Lampe, obwohl sie beschädigt war.
De technicus repareerde de lamp, hoewel die beschadigd was.
Schalte die Lampe aus, bitte.
Doe de lamp uit, alsjeblieft.
Die Lampe ist kaputt.
De lamp is kapot.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een bedlampje voor met het label «Lampe» dat zacht gloeit.
die — denk aan «die Lampe» (vrouwelijk): stel je een roze lamp voor.
Opmerkingen
Vrouwelijk zelfstandig naamwoord; meervoud «Lampen». Heel gebruikelijk huishoudelijk woord.