noun
conflict
B1
Konflikt betekent ‘conflict’, ‘ruzie’ of ‘botsing’ tussen partijen. Mannelijk: der Konflikt; meervoud: die Konflikte. Genitief: des Konflikts. Komt vaak voor met mit of zwischen, bijvoorbeeld in Konflikt mit.
Voorbeelden
Die Verhandlung endete, obwohl der Konflikt weiterhin bestand.
De onderhandelingen eindigden, hoewel het conflict nog steeds voortduurde.
Der Konflikt zwischen den beiden Gruppen war schwer zu lösen.
Het conflict tussen de twee groepen was moeilijk op te lossen.
Der Konflikt zwischen den beiden Ländern dauert schon seit Jahren.
Het conflict tussen de twee landen duurt al jaren.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je twee mensen voor met gekruiste armen, tegenover elkaar, als een Konflikt.
Konflikt klinkt als het Engelse ‘conflict’.
der — stel je een rechter (man) voor die ‘der Konflikt’ zegt om het probleem aan te duiden.
Opmerkingen
Wordt gebruikt voor interpersoonlijke, sociale of internationale geschillen. Meervoud: Konflikte.