noun
jam, vruchtenjam
B1
Konfitüre (die) betekent ‘confituur’ of ‘jam’, dus een fruitige broodbeleg. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Konfitüre. Meervoud: Konfitüren. De verbuiging is regelmatig. In de spreektaal wordt het vaak naast Marmelade gebruikt, al bestaat er technisch verschil.
Voorbeelden
Zum Frühstück esse ich am liebsten Brot mit selbstgemachter Konfitüre.
Bij het ontbijt eet ik het liefst brood met zelfgemaakte jam.
Ich esse gern Brot mit Konfitüre zum Frühstück.
Ik eet graag brood met jam als ontbijt.
Die Bäckerin sagte, dass die neue Konfitüre, die sie vorher ausprobierte, besser schmeckte als die alte.
De bakkerin zei dat de nieuwe jam, die ze eerder had geprobeerd, beter smaakte dan de oude.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een pot voor met het label ‘Konfitüre’, gevuld met rode jam die door het glas zichtbaar is.
Konfitüre klinkt een beetje als ‘confit’ + ‘ture’ — denk aan ‘confit-jam’.
die — stel je een ronde pot voor met een vrouwelijke ‘die’-strik eromheen.
Opmerkingen
Konfitüre verwijst meestal naar vruchtenjam; in sommige regio’s lijkt het op Marmelade. Meervoud: Konfitüren.