noun
koning
B1
König betekent ‘koning’, dus een mannelijke vorst. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der König. Meervoud: die Könige. Genitief enkelvoud: des Königs. Veel gebruikt in historische, politieke en literaire contexten.
Voorbeelden
Der König regiert das Land.
De koning regeert het land.
Der König regierte das Land vor mehreren Jahrhunderten.
De koning regeerde het land enkele eeuwen geleden.
Während des Festes wurden Reden über den König gehalten, weil er gerade eine wichtige Entscheidung verkündete.
Tijdens het feest werden toespraken over de koning gehouden, omdat hij net een belangrijke beslissing had aangekondigd.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een man met een kroon en scepter voor, zittend op een troon — de König.
Denk aan ‘king’ — hetzelfde idee in het Engels.
Mannelijk zelfstandig naamwoord: gebruik ‘der’ (der König).
Opmerkingen
König verwijst naar een mannelijke monarch of historische heerser. De vrouwelijke tegenhanger is Königin.