noun
dader, overtreder, pleger
B1
‘Täter’ betekent dader, schuldige of misdadiger, vooral in juridische of strafrechtelijke context. Mannelijk zelfstandig naamwoord: ‘der Täter’. Meervoud gelijk aan het enkelvoud: ‘die Täter’. Genitief enkelvoud: ‘des Täters’. Vaak gebruikt tegenover ‘Opfer’.
Voorbeelden
Der Täter wurde von der Polizei gefasst.
De dader werd door de politie gepakt.
Der Täter wurde verhört.
De verdachte werd verhoord.
Die Polizei suchte nach dem Täter.
De politie zocht naar de dader.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een rechtbankschets voor met het label „Täter” om de betekenis dader/overtreder te onthouden.
der = mannelijk lidwoord; stel je een mannelijke verdachte voor om „der Täter” te onthouden.
Opmerkingen
Täter is een neutrale juridische term voor iemand die een daad heeft gepleegd (vaak een misdrijf). De vrouwelijke vorm is „Täterin”.