noun
kindertijd, jeugd
B1
Kindheit betekent ‘kindertijd’ of ‘jeugd’, de periode waarin iemand kind is. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Kindheit. Meestal ontelbaar; het meervoud Kindheiten is zeldzaam. Verbuiging: der Kindheit in genitief en datief. Vaak in uitdrukkingen als in der Kindheit.
Voorbeelden
Der Historiker berichtete, dass viele Erwachsene in der Kindheit einfache Spiele bevorzugten, als die Elektronik noch selten war.
De historicus meldde dat veel volwassenen in hun kindertijd eenvoudige spelletjes verkozen, toen elektronica nog zeldzaam was.
Ich hatte eine glückliche Kindheit auf dem Land.
Ik had een gelukkige jeugd op het platteland.
Seine Kindheit war ruhig und glücklich.
Zijn kindertijd was rustig en gelukkig.
Details
Ezelsbruggetjes
Visualiseer een reeks foto’s van een kind dat opgroeit om de kindertijd voor te stellen.
Klinkt als ‘kind height’ — stel je de lengte van een kind voor als geheugensteuntje.
Vrouwelijk: denk aan ‘die Kindheit’ — stel je ‘die’ voor als een moeder die jeugdherinneringen beschermt.
Opmerkingen
Abstract zelfstandig naamwoord; meervoudsvormen zijn zeldzaam (Kindheiten). Vaak gebruikt in biografische contexten. | Alleen enkelvoud; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.