noun
bioscoop
A1
Kino is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent ‘bioscoop’ of ‘filmtheater’. Vaak in de uitdrukking ins Kino gehen, met in + accusatief. Meervoud: die Kinos. Regelmatige verbuiging: das Kino, dem Kino, die Kinos.
Voorbeelden
Wir gehen heute ins Kino.
We gaan vandaag naar de bioscoop.
Sie gingen ins Kino, obwohl der Film länger war, als erwartet.
Ze gingen naar de bioscoop, hoewel de film langer was dan verwacht.
Ich gehe ins Kino.
Ik ga naar de bioscoop.
Details
Ezelsbruggetjes
een filmrol en een lichtreclame met 'KINO'
kino — lijkt op het Engelse 'kino' dat in sommige talen voor cinema wordt gebruikt
das → stel je een ticketbalie voor met het label DAS Kino