Job

noun
baan, job, werk
A1

Job is een mannelijk leenwoord uit het Engels en betekent ‘baan’, ‘job’ of ‘werk’, meestal in informele context. Meervoud: Jobs. Genitief enkelvoud: des Jobs, datief meervoud: den Jobs. Formeler gebruik je liever Beruf of Arbeit.

Voorbeelden

Er hat einen neuen Job gefunden.
Hij heeft een nieuwe baan gevonden.
Ich habe einen Job.
Ik heb een baan.
Er kündigte den Job, weil er bessere Chancen im Ausland sah.
Hij nam ontslag omdat hij betere kansen in het buitenland zag.

Details

MeervoudJobs

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Jobdie Jobs
genitivedes Jobsder Jobs
dativedem Jobden Jobs
accusativeden Jobdie Jobs

Ezelsbruggetjes

👁️Visualiseer een aktetas met het label 'der Job' om het mannelijke geslacht te onthouden
👂hetzelfde als Engels 'job'

Opmerkingen

Anglicisme dat vaak in het Duits wordt gebruikt; meervoud: «Jobs».

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek