noun
tijd
A1
Zeit is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Zeit, meervoud Zeiten. Het betekent ‘tijd’, ‘duur’, ‘moment’ of ‘periode/epoche’. Je gebruikt het zowel onbepaald voor beschikbare tijd als in het meervoud voor historische perioden. Heel frequent in het dagelijks Duits.
Voorbeelden
Um welche Zeit sind Sie normalerweise zu Hause?
Hoe laat bent u normaal gesproken thuis?
Ich habe heute keine Zeit.
Ik heb vandaag geen tijd.
Wir haben noch viel Zeit.
We hebben nog veel tijd.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een wijzerplaat voor om «Zeit» te onthouden.
die Zeit — vrouwelijk: denk aan een kalenderlint (vrouwelijk).
Opmerkingen
Wordt zowel gebruikt voor abstracte tijd als voor specifieke duur; meervoud «Zeiten».