Zeit

noun
tijd
A1

Zeit is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Zeit, meervoud Zeiten. Het betekent ‘tijd’, ‘duur’, ‘moment’ of ‘periode/epoche’. Je gebruikt het zowel onbepaald voor beschikbare tijd als in het meervoud voor historische perioden. Heel frequent in het dagelijks Duits.

Voorbeelden

Um welche Zeit sind Sie normalerweise zu Hause?
Hoe laat bent u normaal gesproken thuis?
Ich habe heute keine Zeit.
Ik heb vandaag geen tijd.
Wir haben noch viel Zeit.
We hebben nog veel tijd.

Details

MeervoudZeiten

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Zeitdie Zeiten
genitiveder Zeitder Zeiten
dativeder Zeitden Zeiten
accusativedie Zeitdie Zeiten

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een wijzerplaat voor om «Zeit» te onthouden.
⚧️die Zeit — vrouwelijk: denk aan een kalenderlint (vrouwelijk).

Opmerkingen

Wordt zowel gebruikt voor abstracte tijd als voor specifieke duur; meervoud «Zeiten».

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek