verb
informeren, op de hoogte brengen, kennisgeven
A2
informieren betekent „informeren”, „op de hoogte brengen” of „inlichten”. Het kan transitief zijn: jemanden informieren, of reflexief: sich informieren über + Akk. = zich informeren over. Het is een regelmatig zwak werkwoord, niet-scheidbaar; perfectum met haben.
Voorbeelden
Bitte informieren Sie mich über den neuen Termin.
Informeer mij alstublieft over de nieuwe afspraak.
Ich informiere meine Kollegen per E-Mail.
Ik informeer mijn collega's per e-mail.
Er informierte sich über die Reise.
Hij informeerde zich over de reis.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die een informatiefolder uitdeelt met het label „Informieren”.
Lijkt op het Engelse „inform” — een verwant woord dat het makkelijk maakt om te onthouden.
Opmerkingen
Informieren is een regelmatig zwak werkwoord en gebruikt doorgaans „haben” als hulpwerkwoord. Het kan in sommige contexten wederkerig zijn (sich informieren = informatie inwinnen).