noun
inhoud, inhoudsopgave, inhoud(en)
B1
Inhalt betekent ‘inhoud’, ‘inhoudsopgave’ of ‘inhoudsstof’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Inhalt, meervoud Inhalte. Het kan gaan om de inhoud van een tekst, een voorwerp of een lijst met hoofdstukken. Genitief enkelvoud: des Inhalts. Veelgebruikte combinaties: der Inhalt von…, im Inhalt.
Voorbeelden
Der Inhalt dieses Buches ist spannend.
De inhoud van dit boek is spannend.
Der Inhalt ist wichtig.
De inhoud is belangrijk.
Die Inhalte der Webseite wurden aktualisiert.
De inhoud van de website is bijgewerkt.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een open boek voor met bovenaan de pagina’s ‘Inhalt’ (inhoudsopgave).
Klinkt als Engels ‘in-halt’ → ‘in vault’ (denk aan waar inhoud wordt bewaard).
der (mannelijk) — stel je een mannelijke bibliothecaris voor die ‘der Inhalt’ zegt terwijl hij naar een plank wijst.
Opmerkingen
Inhalt is mannelijk (der). Het meervoud is Inhalte. Vaak gebruikt voor abstracte inhoud (Inhalt einer Rede) en voor tastbare verzamelingen (Inhalte einer Webseite).