Inhalt

noun
inhoud, inhoudsopgave, inhoud(en)
B1

Inhalt betekent ‘inhoud’, ‘inhoudsopgave’ of ‘inhoudsstof’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Inhalt, meervoud Inhalte. Het kan gaan om de inhoud van een tekst, een voorwerp of een lijst met hoofdstukken. Genitief enkelvoud: des Inhalts. Veelgebruikte combinaties: der Inhalt von…, im Inhalt.

Voorbeelden

Der Inhalt dieses Buches ist spannend.
De inhoud van dit boek is spannend.
Der Inhalt ist wichtig.
De inhoud is belangrijk.
Die Inhalte der Webseite wurden aktualisiert.
De inhoud van de website is bijgewerkt.

Details

MeervoudInhalte

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Inhaltdie Inhalte
genitivedes Inhaltsder Inhalte
dativedem Inhaltden Inhalten
accusativeden Inhaltdie Inhalte

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een open boek voor met bovenaan de pagina’s ‘Inhalt’ (inhoudsopgave).
👂Klinkt als Engels ‘in-halt’ → ‘in vault’ (denk aan waar inhoud wordt bewaard).
⚧️der (mannelijk) — stel je een mannelijke bibliothecaris voor die ‘der Inhalt’ zegt terwijl hij naar een plank wijst.

Opmerkingen

Inhalt is mannelijk (der). Het meervoud is Inhalte. Vaak gebruikt voor abstracte inhoud (Inhalt einer Rede) en voor tastbare verzamelingen (Inhalte einer Webseite).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek