noun
industrie, fabricage
B1
Industrie is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent „industrie” of „industriële sector”. Meervoud: Industrien. Het kan zowel de industrie in het algemeen als afzonderlijke branches aanduiden. Gewone verbuiging; veel gebruikt in economie, techniek en handel.
Voorbeelden
Viele Menschen arbeiten in der Metallindustrie.
Veel mensen werken in de metaalindustrie.
Die Regierung förderte die Industrie, obwohl neue Umweltauflagen eingeführt wurden.
De regering stimuleerde de industrie, hoewel er nieuwe milieuregels werden ingevoerd.
Die Industrie wächst in dieser Region schnell.
De industrie groeit snel in deze regio.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je hoge fabrieksschoorstenen voor die de letters «Ind» vormen om «Industrie» te onthouden.
die — stel je een grote fabriek voor met een vrouwelijke manager om het vrouwelijke lidwoord «die» te onthouden.
Opmerkingen
Wordt gebruikt voor verschillende sectoren (bijv. automobielindustrie). Vrouwelijk in het Duits. Komt vaak voor in economische en zakelijke contexten.