Industrie

noun
industrie, fabricage
B1

Industrie is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent „industrie” of „industriële sector”. Meervoud: Industrien. Het kan zowel de industrie in het algemeen als afzonderlijke branches aanduiden. Gewone verbuiging; veel gebruikt in economie, techniek en handel.

Voorbeelden

Viele Menschen arbeiten in der Metallindustrie.
Veel mensen werken in de metaalindustrie.
Die Regierung förderte die Industrie, obwohl neue Umweltauflagen eingeführt wurden.
De regering stimuleerde de industrie, hoewel er nieuwe milieuregels werden ingevoerd.
Die Industrie wächst in dieser Region schnell.
De industrie groeit snel in deze regio.

Details

MeervoudIndustrien

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Industriedie Industrien
genitiveder Industrieder Industrien
dativeder Industrieden Industrien
accusativedie Industriedie Industrien

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je hoge fabrieksschoorstenen voor die de letters «Ind» vormen om «Industrie» te onthouden.
⚧️die — stel je een grote fabriek voor met een vrouwelijke manager om het vrouwelijke lidwoord «die» te onthouden.

Opmerkingen

Wordt gebruikt voor verschillende sectoren (bijv. automobielindustrie). Vrouwelijk in het Duits. Komt vaak voor in economische en zakelijke contexten.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek