noun
mobiele telefoon, gsm, mobieltje
A1
Handy is het informele Duitse woord voor ‘mobiele telefoon’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Handy; meervoud: die Handys. Een veelgebruikt leenwoord, vooral in spreektaal en berichten. Gewone verbuiging met -s in het meervoud.
Voorbeelden
Ich habe ein Handy.
Ik heb een mobiele telefoon.
Ich habe mein Handy zu Hause liegen lassen.
Ik heb mijn mobiele telefoon thuis laten liggen.
Kannst du mir dein Handy leihen?
Kun je je mobiele telefoon aan mij lenen?
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een kleine telefoon in je hand voor — Handy verwijst letterlijk naar „hand”.
Klinkt als Engels „handy” (handig) — je telefoon is handig.
Das Handy — denk aan „das” als een klein neutraal apparaat.
Opmerkingen
Handy is een germanisme voor mobiele/cellphone; meervoud meestal „Handys”.