Handy

noun
mobiele telefoon, gsm, mobieltje
A1

Handy is het informele Duitse woord voor ‘mobiele telefoon’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Handy; meervoud: die Handys. Een veelgebruikt leenwoord, vooral in spreektaal en berichten. Gewone verbuiging met -s in het meervoud.

Voorbeelden

Ich habe ein Handy.
Ik heb een mobiele telefoon.
Ich habe mein Handy zu Hause liegen lassen.
Ik heb mijn mobiele telefoon thuis laten liggen.
Kannst du mir dein Handy leihen?
Kun je je mobiele telefoon aan mij lenen?

Details

MeervoudHandys

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Handydie Handys
genitivedes Handysder Handys
dativedem Handyden Handys
accusativedas Handydie Handys

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een kleine telefoon in je hand voor — Handy verwijst letterlijk naar „hand”.
👂Klinkt als Engels „handy” (handig) — je telefoon is handig.
⚧️Das Handy — denk aan „das” als een klein neutraal apparaat.

Opmerkingen

Handy is een germanisme voor mobiele/cellphone; meervoud meestal „Handys”.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek