noun
ontvanger, geadresseerde
A1
Mannelijk zelfstandig naamwoord: der Empfänger, ‘ontvanger’ of ‘geadresseerde’. Het gaat om de persoon of instantie die een brief, pakket, betaling of bericht ontvangt. Regelmatig meervoud: die Empfänger; genitief enkelvoud: des Empfängers.
Voorbeelden
Bitte schreiben Sie den Empfänger auf den Brief.
Schrijf alstublieft de geadresseerde op de brief.
Der Empfänger des Pakets war nicht zu Hause.
De ontvanger van het pakket was niet thuis.
Der Kurier suchte den Empfänger, obwohl die Adresse unvollständig war.
De koerier zocht de geadresseerde, hoewel het adres onvolledig was.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een envelop voor geadresseerd aan de 'Empfänger' met een postzegel
Klinkt als 'em-fayng-er' — stel je iemand voor die iets 'ontvangt' (een ontvanger)
der = denk aan 'der Empfänger' (mannelijk) — een -er-woord is vaak 'der'