Empfänger

noun
ontvanger, geadresseerde
A1

Mannelijk zelfstandig naamwoord: der Empfänger, ‘ontvanger’ of ‘geadresseerde’. Het gaat om de persoon of instantie die een brief, pakket, betaling of bericht ontvangt. Regelmatig meervoud: die Empfänger; genitief enkelvoud: des Empfängers.

Voorbeelden

Bitte schreiben Sie den Empfänger auf den Brief.
Schrijf alstublieft de geadresseerde op de brief.
Der Empfänger des Pakets war nicht zu Hause.
De ontvanger van het pakket was niet thuis.
Der Kurier suchte den Empfänger, obwohl die Adresse unvollständig war.
De koerier zocht de geadresseerde, hoewel het adres onvolledig was.

Details

MeervoudEmpfänger

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Empfängerdie Empfänger
genitivedes Empfängersder Empfänger
dativedem Empfängerden Empfängern
accusativeden Empfängerdie Empfänger

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een envelop voor geadresseerd aan de 'Empfänger' met een postzegel
👂Klinkt als 'em-fayng-er' — stel je iemand voor die iets 'ontvangt' (een ontvanger)
⚧️der = denk aan 'der Empfänger' (mannelijk) — een -er-woord is vaak 'der'

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek