noun
nummer
A1
Nummer is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘nummer’ of ‘aanduiding’, bijvoorbeeld telefoonnummer, ticketnummer of kamernummer. Meervoud: Nummern. Het woord wordt regelmatig verbogen. Heel gebruikelijk in het dagelijks taalgebruik en in samenstellingen zoals Hausnummer.
Voorbeelden
Der Beamte fragte nach der Nummer, weil sie auf dem Formular fehlte.
De ambtenaar vroeg naar het nummer, omdat het op het formulier ontbrak.
Meine Hausnummer ist die 25.
Mijn huisnummer is 25.
Welche Nummer hast du?
Wat is jouw nummer?
Details
Ezelsbruggetjes
Een genummerde lijst met 'Nummer 1, Nummer 2' gemarkeerd
die — stel je een vrouwelijke medewerker voor die 'die Nummer' op een ticket schrijft