Handtuch

noun
handdoek
A2

Handtuch betekent ‘handdoek’ of ‘doek om je af te drogen’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Handtuch; meervoud: Handtücher, met umlaut. Regelmatige verbuiging. Een alledaags voorwerp om handen of lichaam af te drogen.

Voorbeelden

Die Schwimmerin suchte ihr Handtuch, nachdem sie aus dem Wasser gestiegen war.
De zwemster zocht naar haar handdoek nadat ze uit het water was gekomen.
Bitte leg das Handtuch auf den Stuhl.
Leg de handdoek alstublieft op de stoel.
Bitte nehmen Sie ein frisches Handtuch.
Neem alstublieft een schone handdoek.

Details

MeervoudHandtücher

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Handtuchdie Handtücher
genitivedes Handtuchsder Handtücher
dativedem Handtuchden Handtüchern
accusativedas Handtuchdie Handtücher

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een handdoek voor die over een leuning hangt met het label ‘Handtuch’.
👂Handtuch klinkt als ‘hand-took’ — je neemt het met je hand.
⚧️das Handtuch — denk aan ‘das’ bij veel onzijdige voorwerpen zoals ‘das Buch’, ‘das Handtuch’.

Opmerkingen

Meervoud met umlaut: Handtücher. Veelgebruikt huishoudelijk voorwerp.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek