noun
stop, halte, steun
B1
Halt is een mannelijk zelfstandig naamwoord met de betekenis „stop”, „halte” of „stoppunt”. Het kan ook „steun” of „houvast” betekenen in fysieke zin. Meervoud: die Halte. Ook als uitroep: Halt! = „Stop!”.
Voorbeelden
Der Bus machte Halt, weil ein Passagier einen Notruf absetzte.
De bus stopte omdat een passagier een noodoproep deed.
Der Bus macht an der nächsten Haltestelle Halt.
De bus stopt bij de volgende halte.
Er fand Halt bei seiner Familie nach dem Unfall.
Hij vond steun bij zijn familie na het ongeluk.
Details
Ezelsbruggetjes
Dezelfde spelling als het Engelse ‘halt’ — denk aan een korte stop.
der — stel je een conducteur voor die ‘der Halt’ roept (de stop).
Opmerkingen
Als zelfstandig naamwoord betekent ‘Halt’ vaak een (tijdelijke) stop of steun. Niet verwarren met het partikel ‘halt’ (kleine letter).