noun
stoep, trottoir, voetpad
B1
Gehsteig betekent „stoep” of „trottoir”, dus de voetgangersstrook naast de straat. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Gehsteig; meervoud: die Gehsteige. Regionale synoniemen zijn Gehweg en Bürgersteig. Vaak: auf dem Gehsteig gehen.
Voorbeelden
Die Passanten gingen auf dem Gehsteig, als plötzlich ein Rennradfahrer vorbeifuhr.
De voorbijgangers liepen op het trottoir toen er plotseling een wielrenner voorbijreed.
Bitte bleib auf dem Gehsteig, dort ist es sicherer.
Blijf alstublieft op het trottoir, daar is het veiliger.
In dieser Stadt sind die Gehsteige breit und gut gepflegt.
In deze stad zijn de stoepen breed en goed onderhouden.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een gemarkeerd pad naast een weg voor waar mensen lopen — dat is de Gehsteig.
Klinkt als ‘gay-stake’ — stel je een verhoogd pad voor als een paal om op te lopen.
DER Gehsteig — stel je een mannelijke verkeersagent (DER) op de stoep voor.
Opmerkingen
‘Gehsteig’ komt vaker voor in sommige regionale varianten; in veel gebieden gebruikt men ook ‘Bürgersteig’ of ‘Trottoir’ (regionaal).