noun
computer
A1
Computer betekent ‘computer’ of ‘pc’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Computer; meervoud meestal hetzelfde: die Computer. Gewone verbuiging, met genitief des Computers. Veelgebruikt in techniek en het dagelijks leven.
Voorbeelden
Der Computer steht auf dem Tisch.
De computer staat op tafel.
Ich brauche einen neuen Computer.
Ik heb een nieuwe computer nodig.
Der Techniker reparierte den Computer, obwohl das Problem schwieriger war als erwartet.
De technicus repareerde de computer, hoewel het probleem moeilijker was dan verwacht.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een laptop op een bureau voor.
Hetzelfde als Engels „computer”.
Denk aan „der Rechner” — zowel „Rechner” als „Computer” zijn mannelijk (der).
Opmerkingen
Hetzelfde woord als in het Engels; het meervoud blijft vaak onveranderd (Computer).