Gesetz

noun
wet, wetgeving
B1

Gesetz is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent ‘wet’ of ‘wetsartikel’. Meervoud: Gesetze. Genitief enkelvoud: des Gesetzes; meervoud: die Gesetze. Het woord komt vaak voor in juridische en formele contexten en heeft een regelmatig meervoud op -e.

Voorbeelden

Das neue Gesetz tritt am 1. Januar in Kraft.
De nieuwe wet treedt op 1 januari in werking.
Der Bundestag verabschiedete ein Gesetz, das den Verbraucherschutz stärkte, obwohl es vorher lange Debatten gegeben hatte.
De Bondsdag nam een wet aan die de consumentenbescherming versterkte, hoewel er daarvoor lange debatten waren geweest.
Dieses Gesetz regelt den Datenschutz.
Deze wet regelt de gegevensbescherming.

Details

MeervoudGesetze

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Gesetzdie Gesetze
genitivedes Gesetzesder Gesetze
dativedem Gesetzden Gesetzen
accusativedas Gesetzdie Gesetze

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een wetboek of een rechtershamer voor om het woord met wetgeving te verbinden.
👂Denk aan ‘geh-SETZ’ — ‘set’ als in ‘regels vastzetten’ om te onthouden dat het om regels of wet gaat.
⚧️das — stel je een neutraal wetboek voor dat op een tafel ligt om het onzijdige lidwoord te onthouden.

Opmerkingen

Gesetz is het algemene woord voor ‘wet’; ‘das Gesetz’ kan ook worden vertaald als ‘wet’ of ‘wetgeving’ wanneer het om een specifieke door het parlement aangenomen wet gaat.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek